|
Rechtsvormen
Ondernemers moeten voor hun onderneming een bepaalde rechtsvorm
kiezen. In de praktijk zal het gaan om de volgende rechtsvormen:
- eenmanszaak
- vennootschap onder firma (waaronder de man/vrouw firma
en de commanditaire vennootschap)
- maatschap
- BV (besloten vennootschap)
- Stichting.
Kijk op de pagina Rechtsvormen
nader verklaard voor meer informatie over deze rechtsvormen.
Verder bestaan er ook nog de NV (naamloze vennootschap)
en de coöperatieve vereniging (de coöperatie), maar omdat
deze voor vrije beroepers minder interessant zijn, zullen
we daar verder niet op ingaan.
Belangrijke overwegingen bij uw keuze zijn:
Met wie gaat u een onderneming voeren?
Gaat u alleen een onderneming voeren, dan kunt u voor een
eenmanszaak of een BV kiezen. Voert u de onderneming met
anderen, dan kunt u kiezen voor een firma, maatschap of
BV. Als u met uw partner een onderneming drijft, kunt u
ook kiezen voor een bijzondere variant op de firma: de man/vrouw-firma. De stichting wordt relatief weinig gebruikt.
Wat wordt uw geschatte winst?
Bij relatief lagere winsten (globaal onder de € 100.000), is een eenmanszaak/firma/maatschap
in fiscaal opzicht meestal interessanter dan een BV. De
eerste hebben namelijk recht op een aantal belangrijke aftrekposten
die de belastingdruk zeker in de eerste jaren aanmerkelijk
kunnen verminderen. De BV is fiscaal minder aantrekkelijk
geworden, maar door specifieke regelingen voor de directeur-grootaandeelhouder
(dga) kan de BV nog steeds een overweging zijn. Zie hiervoor
ook Extra aftrek/voordelen voor de
BV/dga.
Loopt u een groot aansprakelijkheidsrisico?
In sommige beroepsgroepen is er sprake van een hoog aansprakelijkheidsrisico.
De BV is het meest geschikt om de aansprakelijkheid voor
zakelijke schulden te beperken. Gaat de BV failliet, dan
zijn de aandeelhouders volgens de wettelijke bepalingen
niet aansprakelijk voor de schulden van de BV. Zij zetten
in beginsel alleen hun aandelenkapitaal en hun eventuele
vorderingen op de BV op het spel (en sinds 2007 onder omstandigheden ook de pensioenvoorziening). Bij onbehoorlijk bestuur
wordt overigens door de BV heengekeken en kan de directeur-aandeelhouder
toch aansprakelijk worden gesteld.
|
|