Werkruimte privé - voorwaarden voor aftrek, welke kosten aftrekken, huurwoning

Werkruimte privé

Als de werkruimte niet op de zaak staat (dus niet tot het ondernemings-vermogen behoort), dan zijn er twee eisen voor een (beperkte) aftrek. De twee eisen zijn dat de werkruimte zelfstandig moet zijn en dat voldaan moet worden aan een inkomenseis. Beide worden hierna summier besproken. 
1. Werkruimte moet 'zelfstandig' zijn
De werkruimte moet beoordeeld naar 'verkeersopvattingen' zelfstandig zijn. Onder 'verkeersopvattingen' worden verstaan de opvattingen die door de meeste mensen gedeeld worden. Tijdens de parlementaire behandeling is onder meer genoemd een zelfstandige ingang of opgang en eigen sanitair. Je zou ook de vraag kunnen stellen of de ruimte zelfstandig genoeg is om aan een willekeurige derde te worden verhuurd.
Dat zal het geval kunnen zijn met een gehele verdieping van een huis met eigen ingang, maar uiteraard ook voor een van de woning losstaande werkruimte, bijvoorbeeld een verbouwde garage.
2. Voor aftrek geldt ook nog inkomenseis
Als aan de eerste eis is voldaan, het zelfstandigheidscriterium, moet vervolgens nog aan de inkomenseis worden voldaan.
Twee situaties worden onderscheiden:
1. U heeft behalve thuis ook nog werkruimte buitenshuis
In dat geval moet u tenminste 70% in de werkruimte thuis verdienen. Het gaat dan om het totaalbedrag aan winst, loon en opbrengst nevenactiviteit. Als u dus tot 1 september een baan buitenshuis had en u begint op 1 september vanuit uw zelfstandige woonruimte te werken, dan zult u waarschijnlijk niet aan de inkomenseis voldoen. Het loon tot 1 september is immers niet in de werkruimte verdiend.
2. U hebt alleen werkruimte thuis
In dat geval moet u tenminste 30% in de werkruimte thuis verdienen en in totaal tenminste 70% in of vanuit die werkruimte thuis. Het 'vanuit'-criterium geeft ruimte aan mensen die hun werkruimte gebruiken als uitvalsbasis voor hun werkzaamheden. Daarvan is bijvoorbeeld sprake als u op een dag meerdere klanten bezoekt. U doet dat dan als het ware vanuit uw eigen werkruimte.

3. Wat is aftrekbaar?
Wat aftrekbaar is hangt af van de vraag of u een eigen woning hebt of een huurwoning.
1. Eigen woning
Als aan beide eisen (zelfstandigheid werkruimte en inkomenseis) wordt voldaan, dan wordt de werkruimte niet langer tot de (fiscale) eigen woning gerekend, maar tot het box-3 vermogen. De aan de werkruimte toe te rekenen waarde moet dan in box 3 worden aangegeven en daarover wordt een fictief rendement van 4% berekend. Dat fictieve rendement wordt dan belast tegen een vast tarief van 30%
Diezelfde 4% mag dan ten laste van de winst worden gebracht als kosten van de werkruimte. Daarnaast mag een evenredig deel van de kosten die in huurverhoudingen voor rekening van de huurder komen worden afgetrokken. Te denken is aan de kosten van gas, water, elektra - deze komen vrijwel altijd voor rekening van de huurder. Deze kosten hoeft u niet in dezelfde verhouding te nemen als het deel van de woning dat u procentueel aan de werkruimte hebt toegerekend. Zeker als u veel tijd doorbrengt in uw werkkamer, zal het daaraan toe te rekenen deel van die gas, water en electrakosten hoger kunnen zijn.
Het is dus goed denkbaar dat u van uw eigen woning 20% toerekent aan de werkruimte (naar oppervlakte berekend), maar 40% of meer van de 'huurderskosten' toerekent aan de werkruimte.
Wat betreft de kosten van inrichting van de werkruimte (bureau, kosten, stoffering, bureaustoel e.d.) geldt in beginsel dat deze kosten niet aftrekbaar zijn. Echter, een arrest van de Hoge Raad lijkt een andere kant uit te wijzen. 

2. Huurwoning
Uiteraard kunt u ook in een huurwoning een werkruimte hebben. De fiscale aftrekmogelijkheden zijn dan wat eenvoudiger te bepalen. U mag de huur en de huurderslasten aftrekken, waartegenover u dan een bepaald percentage van de toepasselijke WOZ-waarde moet bijtellen. Hoe hoog die WOZ-bijtelling is vindt u hier voor de jaren 2015 tm 2017 (site fiscus).

De fiscus stelt wel als eis (vrij gebruikelijk) dat u de woning voor meer dan 10% voor uw onderneming gebruikt.

NB De keuze voor kwalificatie als ondernemingsvermogen moet gemaakt worden aan het begin van uw ondernemerschap. Is er al een aanslag over dat keuzejaar definitief, dan kunt u uw keuze niet meer herzien.
 

Twitter

Volg ons op:

TwitterFacebook VBA